31 januari 2012
Susan Schreurs - te Hofsté
Door
Susan Schreurs - te Hofsté

Proost: op een nieuwe Drank- en horecawet!

Na een lange voorbereidingstijd lijkt het er dan toch eindelijk van te gaan komen: een gewijzigde Drank- en horecawet. Het wetsvoorstel ligt momenteel bij de Eerste Kamer en volgens de laatste berichten is het streven het wetsvoorstel op 1 juli 2012 in werking te laten treden. Daar moet op gedronken worden! Of toch nog maar even niet?

Hoewel de nieuwe wet lang op zich heeft laten wachten en veel gemeenten er reikhalzend naar uitkijken, blijkt uit recentelijke berichtgeving ook dat 92 procent van de gemeenten nog geen plan van aanpak heeft voor de implementatie van de gewijzigde wet (www.gemeente.nu). En dat terwijl er ingrijpende veranderingen op touw staan voor gemeenten.

Zo gaat het toezicht op de Drank- en horecawet over van het Rijk (de Voedsel- en Warenautoriteit) naar gemeenten en wordt de burgemeester belast met de uitvoering van de wet in plaats van het college. Daarnaast krijgen gemeenten meer wetgevende bevoegdheden. Gemeenten krijgen bijvoorbeeld de mogelijkheid om een toegangsleeftijd te koppelen aan sluitingstijden, of om de toepassing van prijsacties in een verordening te regelen.

Ook zijn gemeenten verplicht om binnen een jaar na inwerkingtreding van de wet een verordening op te stellen ten behoeve van oneerlijke mededinging van paracommerciële instellingen. In dit verband valt te denken aan regels met betrekking tot het tegengaan van overmatig alcoholgebruik en de tijdstippen waarop paracommerciële instellingen alcohol mogen verstrekken.

Om de voorgestelde wijzigingen in goede banen te leiden, wordt er dan ook het nodige verwacht van gemeenten: met alleen stilzitten komt u er niet!

Een greep uit de “to-do lijst”:
- Bepaal uw visie en ambitie: invulling geven aan de nieuwe verordende bevoegdheden is alleen mogelijk, nadat eerst het voorgestane gemeentelijke beleid is bepaald.
- Stel (een) nieuwe verordening(en) op en wijzig bestaande, indien nodig.
- Breng het bestaande beleid en de huidige werkprocessen in kaart en beoordeel deze: welk beleid en welke beleidsregels en werkprocessen zijn er op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving? Zijn deze nog bruikbaar of behoeven ze aanpassing? 
- Toezicht en handhaving valt of staat met een kloppend vergunningenbestand: zorg er daarom voor dat dit geactualiseerd is. Voorts is het vanzelfsprekend van belang dat er voldoende kennis en kunde beschikbaar is om de taak van toezicht en handhaving daadwerkelijk uit te kunnen oefenen.

Kortom, voordat de champagne kan worden ontkurkt om te proosten op een geslaagde implementatie van de nieuwe Drank- en horecawet, moeten gemeenten eerst nog hard aan de slag.

RUBRIEK: Bestuursrecht
20 januari 2012
Jan Pieter Toussaint
Door
Jan Pieter Toussaint

Tips voor D-Date: de beheersverordening als alternatief

Op 9 oktober jl. verscheen de blog D-Date voor nieuwe bestemmingsplannen: 1 juli 2013! waarin ik u wees op de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) en de bijbehorende Invoeringswet. In deze blog aandacht voor een alternatief voor het bestemmingsplan: de beheersverordening. Er worden twee vragen beantwoord: 1) wanneer kan de beheersverordening worden gebruikt en (2) welke voordelen kan de gemeente behalen met het gebruik van de beheersverordening.

Hoe zat het ook alweer?
In artikel 3.1 Wro wordt bepaald, dat de gemeenteraad voor het gehele grondgebied van de gemeente een of meer bestemmingsplannen vaststelt. In beginsel dient een plan binnen tien jaar na vaststelling telkens opnieuw te worden vastgesteld. Indien de gemeente hier niet aan voldoet, vervalt o.a. de bevoegdheid tot het invorderen van leges met betrekking tot het betreffende plan. Om te voorkomen dat gemeenten onevenredig zouden worden belast bij invoering van de wet, is in de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening (hierna: de Invoeringswet) overgangsrecht opgenomen.

In artikel 9.1.4 van de Invoeringswet wordt het volgende bepaald:
1.Voor delen van de bebouwde kom, waar nog geen geldend plan is, moeten, binnen een termijn van vijf jaar na inwerkingtreding van de Wro, nieuwe plannen worden vastgesteld;
2. Plannen, die bij inwerkingtreding van de Wro ten minste vijf jaar oud zijn, moeten, binnen een termijn van vijf jaar na inwerkingtreding van de Wro, worden geactualiseerd.
Het artikel biedt echter ook de mogelijkheid om in bepaalde gevallen een beheersverordening op te stellen in plaats van een bestemmingsplan.

Het uiteindelijke doel van de exercitie is dat er vanaf 1 juli 2013 voor alle gemeentelijke gronden plannen zijn vastgesteld, die niet ouder zijn dan tien jaar.

Wanneer kan de beheersverordening worden gebruikt?
Artikel 3.38 van de Wet ruimtelijke ordening breidt het ruimtelijk instrumentarium uit met een alternatief voor het bestemmingsplan: de beheersverordening. De beheersverordening kan, in plaats van een bestemmingsplan, door de gemeenteraad worden vastgesteld voor die delen van het grondgebied waar geen ruimtelijke ontwikkeling wordt voorzien. Het beheer van de betreffende gronden wordt overeenkomstig het bestaande gebruik geregeld.

Tot zover de wettekst, maar wat betekent dit daadwerkelijk? De formulering, “geen ruimtelijke ontwikkeling” en “het bestaande gebruik”, lijkt te impliceren dat elke afwijking van het bestaande gebruik tot gevolg heeft, dat de bevoegdheid een beheersverordening vast te stellen, vervalt. Blijkens de parlementaire geschiedenis is dit echter niet zo strikt bedoeld. Aan ‘bestaand gebruik’ lijkt de volgende uitleg te moeten worden gegeven:
1. Is er op de gronden waarvoor een beheersverordening wordt vastgesteld geen bestemmingsplan van kracht, dan moet het feitelijk bestaande gebruik worden vastgelegd;
2. Vervangt de beheersverordening een bestemmingsplan, dan mag in de verordening ook het door het bestemmingsplan toegelaten gebruik worden vastgelegd.
Deze ruimere interpretatie voorkomt onder andere dat er in bepaalde gevallen planschade moet worden toegekend, omdat de (nog niet gerealiseerde) gebruiksmogelijkheden in verre mate worden beperkt.

De beheersverordening kan derhalve worden gebruikt, voor gronden die naar verwachting lange tijd dezelfde ruimtelijke functie zullen vervullen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan natuurgebieden of ‘uitontwikkelde’ woonwijken.

Welke voordelen kan de gemeente behalen voor 1 juli 2013?
Het opstellen van een nieuw bestemmingsplan is erg arbeidsintensief. Zo moet de uitgebreide besluitvormingsprocedure (Afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht) worden gevolgd, moet het bestemmingsplan aan verschillende vormvoorschriften voldoen en bestaat er de mogelijkheid tot bezwaar en beroep. Hoe zit dit bij de beheersverordening?

De Wet ruimtelijke ordening bevat geen speciale procedurevoorschriften voor de vaststelling van een beheersverordening. Dit betekent dat de gemeenteraad in beginsel slechts is gebonden aan de regels omtrent haar verordenende bevoegdheid op basis van de Gemeentewet. Daarnaast kan de gemeentelijke inspraakverordening regels bevatten, die inspraak op de beheersverordening regelen.

De Wet ruimtelijke ordening bevat ook geen vormvoorschriften voor de vaststelling van een beheersverordening. Dit betekent dat, hoewel de gemeente de algemene beginselen van behoorlijk bestuur uiteraard in acht zal moeten nemen, er veel minder verplichte onderdelen hoeven worden opgenomen.

Bij deze voordelen dient wel een kanttekening te worden geplaatst. Hoewel de beheersverordening niet aan uitgebreide voorschriften hoeft te voldoen, moet de verordening wel geschikt zijn, om als toetsingskader te dienen bij een aanvraag van een omgevingsvergunning. Indien de beheersverordening onvoldoende is uitgewerkt, kan dit op termijn grotere bestuurslasten tot gevolg hebben.

Als laatste voordeel kan worden genoemd, dat er geen bezwaar bij de gemeenteraad of beroep bij de bestuursrechter kan worden aangetekend. Wel moet de beheersverordening conform artikel 139 van de Gemeentewet bekend worden gemaakt.

Al met al, de voorbereidingsprocedure voor het vaststellen van de beheersverordening lijkt een stuk minder zwaar, dan de procedure die geldt voor het vaststellen van een bestemmingsplan.

Onze conclusie:
De beheersverordening lijkt voor gebieden met een lage dynamiek een prima alternatief voor het opstellen van een duur en tijdrovend bestemmingsplan. Zeker in tijden van bezuinigingen!

RUBRIEK: Bestuursrecht
TREFWOORDEN: